#blacklivesmatter

Vanochtend zat ik met de drie kleintjes in de speeltuin. Ze hadden dit keer hun emmertje en schepje mee, zand scheppen op het strand of in de speeltuin is een stuk leuker dan thuis in de zandbak. Zo had ik even de tijd om te lezen over white fragility.
Net toen ik mijn telefoon weg wilde leggen om mijn breiwerkje te pakken, zag ik een donker jongetje op Lars en Phiene af lopen. Om precies te zijn, op hun emmertje en schepje. Phiene stond op en ging achter Lars staan met haar armen om hem heen. De moeder van het jongetje, een (bleek later) Somalische vrouw, kwam vanaf een bankje tegenover mij op hen afgelopen en riep tegen haar zoontje dat het emmertje niet van hen was. Ik snelde naar ze toe en knielde neer, tegelijk met de andere moeder. Voordat zij het nog een keer kon zeggen, keek ik de jongen aan en zei dat hij natuurlijk mee mocht spelen. Tegen Phiene legde ik uit dat we samen spelen en samen delen. Ze was het er niet mee eens want het was haar emmertje. Ik zei dat dat waar is, maar dat er nog een schepje was. De moeder van Karim en ik keken elkaar aan pakte ieder een schepje om het emmertje samen vol te scheppen met zand.
Ze zei dat Karim altijd heel verlegen is en eigenlijk nooit op andere kindjes af loopt. Ze vroeg naar de namen van mijn kinderen en Karim vertelde ook hoe hij heet.
Ik zei dat mijn kinderen altijd een beetje extra schrikken van donkere kinderen en dat ik me er meer voor wil inzetten dat ze het gewoner gaan vinden. Ze zei dat ze het wel logisch vond omdat het ook anders is en dus vreemd. Het was even stil en toen zij ze dat het een vreemde en bijzondere tijd is zo met corona. Ja zei ik, het lijkt wel of iedereen meer bewust de tijd neemt voor dingen. We keken elkaar diep in de ogen en beiden deden we onze hand naar ons hart. Meer naar binnen zei ze. Meer vanuit het hart, zeiden we tegelijk. Ik zei dat ik me bijvoorbeeld niet eerder zo realiseerde dat racisme nog zo groot is. Ja zei ze, ook onder onze mensen hoor! We kletsten nog een poosje door, ik vroeg waar ze vandaan kwam, ze vertelde dat ze op haar 17e gevlucht was, we deden een hartloop wedstrijdje met de kinderen en zeiden dat we elkaar nog eens hopen tegen te komen.

Ik maakte altijd al praatjes met zwarte of gekleurde mensen. Ik kan het heel goed vinden met de schoonmaakster die ons huis deed toen ik zwanger was, maar waarom verdedig ik mezelf hierover? En waarom ging ik nooit een diepgaande relatie aan met moeders met een hoofddoek?

De black lives matter movement

die nu wereldwijd in één klap in alle uithoeken van de wereld onder de aandacht is gekomen, is geen trend. Geen marketingstunt. Niet iets van zwarte mensen en wat actievoeders. Het is niet iets wat zich alleen in de Verenigde Staten afspeelt.
Het is een beweging die hoogstwaarschijnlijk DE MEEST BELANGRIJKE transitie in de geschiedenis van de mensheid zal zijn.

 

Het heersende systeem in verreweg de meeste landen op aarde is die van kolonisten, witte mensen die geloofden dat God hen boven de anderen had geplaatst. Hoewel de meesten van ons verstandelijk wel weten dat dit een misvatting is, apartheid werd afgeschaft en er dezelfde wetten en rechten gelden voor iedereen, wortelen systemen, zoals de politie in de VS, nog in de tijd van onderdrukking.
Daarnaast, en minstens zo belangrijk, hebben wij witte mensen, door onze voorsprong in kansen en rechten en simpelweg omdat we wit zijn, privileges en wordt er nog steeds, zichtbaar en onzichtbaar gediscrimineerd.
Onze white supremacy zit zo diep dat als ik Black lives matter ergens zag staan, mijn reactie was ‘All lives matter.’ Dat voelt voor een groep mensen, waarvan het leven van hun voorouders alleen iets waard was omdat ze eigendom waren, en die nog steeds op basis van hun zwartheid worden nagetrokken op hun gedrag, alsof je tijdens een run voor borstkanker met borden langs de weg gaat staan met daarop ‘Prostaatkanker is ook een groot probleem, of ‘Wat dacht je van huidkanker!’ Dianne Bondy illustreerde dit heel helder in de yogagirl podcast Black lives matter.
We hebben dus een heel diepe conditionering die zegt, 'ja, maar niet meer waard dan dat van een ander.'

Wat nu?

Ik heb heel diep en aandachtig geluisterd gedurende de mute week en dacht toen, ‘En nu?’ Ik hoor jullie, ik wil leren wat mijn white supremacy inhoudt, ik wil jullie het woord geven ('het woord geven' hoor je wel wat je zegt), op mijn verhaal delen wat jullie zeggen. Maar wat willen jullie nu precies? Welke petities kan ik tekenen? Hoe kan ik een bondgenoot zijn?


Het antwoord is als volgt. De zwarte en gekleurde gemeenschap wil dat ik naar binnen blijf gaan. Dat ik mijn conditioneringen stapje voor stapje ontmantel. Dat als ik denk ‘Wanneer kan ik weer over tot de orde van de dag’ of ‘Straks nemen ze de ‘macht’ nog over’ ik dan heel specifiek naar de wortel van dit soort gedachten ga. Naar de overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen. Naar mijn ‘wij kunnen het voortouw wel nemen’ en ‘ik wil graag vooraan staan bij de volgende demonstratie’ hersencel.
Ze willen dat ik eigenaarschap toon van mijn white privilege. Dat ik herken en erken dat racisme het systeem is van verschillende rassen in de samenleving gebaseerd op ongelijkheid. Dat mijn voorouders racistisch waren. Dat ik, door te denken dat racisme niet mijn probleem is, racist ben. Dat leren over racisme in plaats van het te ondervinden, privilege is. Dat als ik vind dat alle mensen gelijk zijn, ik me allang eerder had moeten verdiepen in de Black lives matter movement.
Toen ik vorige week reageerde op een IG post met ‘ik heb nog nooit een omweg genomen als er een zwarte man aankwam, of mijn tasje steviger beetgenomen’ begreep ik er nog niets van. Ik dacht dat daarmee de kous af was.  
Ik ben niet empathisch geweest met het trauma van de slavernij. Over de horror die hun voorouders meemaakten las ik een boek en keek ik wat films, om vervolgens lekker in mijn warme bed te kruipen met een gevoel van veiligheid van zodanige afmeting dat ik dat nooit meer goed kan maken.
Over de horror van de holocaust tijdens de tweede wereld oorlog worden we uitgebreid, tot in detail, onderwezen op school omdat de geschiedenis zich nooit mag herhalen.
Slavernij is slechts onderdeel van de kolonisatie tijdens de gouden eeuw onder leiding van de helden die nieuwe landen ontdekten. Dit is een bewust ontwerp geweest van onze witte superieure samenleving. Hitler was een gek, een uitzondering.

De Black community aan het woord laten?


Ja.
De strategie, de koers en de inhoud van de transitie IS NIET van ons. Het zit briljant in elkaar. Het getuigd van liefde en straight forwardness zonder het aanmeten van een slachtoffer rol (geëmotioneerd vertellen wat het onrecht en de feiten zijn valt daar NIET onder).
Wat ik kan delen is mijn leerweg in hoe ik een bondgenoot kan proberen te zijn en hoe we onze kinderen onderwijzen over racisme en white privilege.
En ja, ik vraag me ook af of ik het er nu om doe. Wil ik gezien worden door mijn weg te delen? Maar moet ik het dan niet doen? Moet ik nu in deze traumatische maar belangrijke transitie, achteruit leunen? Schrijven over dingen die niet zo gevoelig liggen? Of me helemaal terugtrekken en wachten tot de storm is gaan liggen?
Moet ik het onderwerp Zwarte Piet dit jaar maar niet aansnijden omdat ik dan een lafaard ben, omdat ik nu zo veel meer bijstand zal hebben dan andere jaren?
Ik ben een lafaard, ik heb me altijd heerlijk kunnen terugtrekken in mijn witte cocon als het te moeilijk werd met excuses als ‘ik moet mijn grenzen bewaken' OMDAT het mij niet persoonlijk raakt. Omdat ik niet als enige op een verder leeg bankje in de wachtkamer bij de dokter zit. Omdat ik altijd met matige cijfers overging met het voordeel van de twijfel. Omdat ik mijn hypotheek kan betalen en verzekerd ben.

DUS JA we moeten het erom doen

Stuntelen, leren en doen alsof we weten wat zij al die jaren hebben gevoeld, net zolang tot Zwarte mensen en mensen met kleur overal ter wereld dezelfde privileges genieten als witte mensen, tot alle standbeelden van onderdrukkers neer zijn, tot alle zwarte knechten verdwenen zijn en alle witte heiligen van hun paard. Tot systemen in handen zijn van zwarte mensen. We moeten de straat op en het opstapje vormen, op handen en knieën, zodat onze zwarte medemens erop kan staan en de borden overal zichtbaar zijn.

Met opgeven hoofd door het stof, zonder te zeuren. Want zoals Jop las in een jeugdboek over slavernij en zei: ‘jemig, de anus van slaven werd soms dichtgenaaid, dat is pas erg’

Ik, als wit mens

van deze generatie ben niet letterlijk schuldig hieraan, maar ik ben wel schuldig als ik nu niet bereid ben om door het stof van mijn weerstand en onverschilligheid heen te kijken. Als ik de gezelligheid van het Heerlijk Avondje verkies (of eigenlijk de weerstand om een traditie los te laten) boven de pijn van een heel volk. Dan ben ik schuldig.
Terwijl ik JUIST NU op aarde ben, om mee te bouwen aan eenheid. Ieder van ons.
En om het gewicht daar weer iets vanaf te nemen: alles begint klein, in ons eigen hart, ons eigen leven. Hoe kan ik geweldloze communicatie in mijn gezin verder verdiepen? Wat heeft mijn dwarse dreumes te vertellen? Kan ik mijn perfectionisme, betweterigheid of onzekerheid loslaten? Zodat ik me besef dat de intentie achter elke actie die ik onderneem, zoals een gesprek over verschil van kleur aangaan met een moeder in de speeltuin, zowel zuiver als onzuiver is. En erover schrijven ook. Nu eindelijk de drempel nemen om zwarte poppen aan mijn kinderen te geven is zeer knullig, maar moet ik het dan maar niet doen?

Ik wil erover schrijven omdat ik een voorouder wil zijn die haar best deed in een van de moeilijkste transities van de geschiedenis. Ik wil mijn kinderen begeleiden naar de goede kant van de geschiedenis. Dat moet ik vooral doen door actie te ondernemen, maar als ik er ook over schrijf, krijg ik mijn leerproces helder. Het gaat om de stapjes, meer dan om het eindresultaat (als die er al is). En ik wil het delen, omdat jullie er misschien iets aan hebben.

Dank voor het luisteren.

 

Liefs Anouk


The Work

Ik hou ervan om te kunnen verdiepen. Om steeds een beetje meer te leven in overeenkomst met mijn waarden. Ik houd van vrede. Ik geloof ook in vrede. Ik geloof dat het de bedoeling is in vrede te kunnen leven, ongeacht wat onze situatie is. Jaren terug las ik over het idee dat wat we denken niet persé de waarheid is en dat als we het verhaal van ons denken gaan geloven, ons dat stress oplevert. 
Alles wat stress of ongemak oplevert (en ook wat plezier oplevert) komt omdat we in een verhaal geloven die we niet goed hebben onderzocht. Met The Work heeft Byron Katie een methode ontwikkelt waarmee we nauwkeurig onze gedachten kunnen onderzoeken. Ik besloot er mee aan het werk te gaan en ben heel enthousiast. Net als andere methodes, boeken en goeroes is het slechts de vinger die wijst naar de maan. Iets om op terug te vallen. Een nieuwe tool in mijn gereedschapskist! Hieronder neem ik je mee in een van mijn eerste onderzoekjes met The Work.

‘De dag met de kleintjes is zwaar’

Is het waar?
[Als je het gevoel hebt dat je hier nog niet goed mee kan werken. Stel je eerst wat verdiepende vragen. Zoals ‘Waarom? De antwoorden kun je een voor één behandelen]

 

‘Omdat het me irriteert dat ze niet zelf kunnen spelen’ 

[het is belangrijk dat je ongecensureerd en kinderachtig te werk gaat. Vooral met je vinger naar de ander wijzen]

 

‘Het irriteert me dat de kleintjes niet zelf kunnen spelen.’

Is het waar?

Nou, niet langer dan vijf minuten.

Ja of nee?

Nee, het is niet waar.

 

Hoe reageer je, wat gebeurt er, wanneer je die gedachte gelooft?

Ik voel me heel erg geïrriteerd. Ik voel me soms boos en krijg paniekaanvallen over alle troep die ik straks moet opruimen. [in een volgend onderzoek zou ik kunnen werken met troep, bv door te werken met de gedachte 'Het irriteert me dat de kinderen zo'n troep maken]

 

Hoe behandel je jezelf en anderen als je die gedachte gelooft?

Ik praat boos tegen de kindertjes als ik die gedachte geloof. Bijvoorbeeld als ze met duplo tegen de ramen gaan slaan. Zelf neem ik nog maar een kop koffie, terwijl ik me had voorgenomen het bij één te laten of ik prop nog een koek in mijn mond. Ik behandel mezelf dus niet met respect.

 

Kun je een rede bedenken om de gedachte los te laten?

[let op. Byron Katie vraagt niet om de gedachte los te laten maar of je een reden kan bedenken om de gedachte los te laten. Ga naar binnen en zoek net zolang tot je een reden kan vinden. Sluit je ogen]

Ja, ik kan meerdere redenen vinden (bv. Ik voel me niet geïrriteerd als ik de gedachte loslaat. Of: de gedachte is niet waar)

 

Kun je een stressvrije reden bedenken om aan de gedachte vast te houden?

[Ga naar binnen. De vraag is niet om de gedachte vast te houden, maar om te onderzoeken of er stressvrije redenen zijn om aan de gedachte vast te houden]
Ik kan geen reden bedenken waarom ik aan de gedachte vast moet houden.

 

Wie of wat zou je zijn zonder die gedachte?

Ik zou vredig zijn als ik de gedachte los zou laten. Ik zou zien dat de kleintjes op zoek zijn naar mogelijkheden om zelf te spelen. Bv door de duplo blokjes op elkaar te stapelen. Ik zou zien dat ze komen vragen om hulp als ze met de blokjes naar me toe komen. Ik zou genieten van hun ontdekkingstocht.

[Laat deze waarheid tot je doordringen en voel de tevredenheid zonder die gedachte]

 

Keer de gedachte om.

[Bedenk variaties van omkeringen en ga naar binnen om te kijken welke het meest waar voelt]

Het irriteert me niet dat de kleintjes niet zelf kunnen spelen.

Het irriteert me dat ik niet zelf kan spelen.

Ik ging naar binnen en meteen voelde de laatste zó waar! En ik wist ook meteen in welke context. Het zou bv zo kunnen zijn dat ik niet kan spelen als een kind of met hen kan spelen. Maar die voelt voor mij niet waar. Of in elk geval niet overtuigend waar.

Het irriteert me kan ik niet zelf kan spelen. Die voelt heel waar! Ik wil zelf spelen! Ik wil kleding maken, schrijven, tekenen, mijn spulletjes ordenen. Artikelen lezen, breien. Gewoon zelf spelen!

Terwijl ik dit eigenlijk al wist, voelt het heel bevrijdend om er diepgaand onderzoek naar te doen. Ik zie het kleine kind in mij dat aan het brullen is dat ze zelf wil spelen. Ik moet er heel erg om lachen en kan het vervolgens echt naast me neerleggen. In elk geval voor nu.

Byron Katie stelt voor elke gedachte die stress oplevert te onderzoeken. Het kan heel goed dat als deze gedachte de volgende keer bij me opkomt ik hem kan laten gaan met een glimlach. Als hij terug blijft komen met een gevoel van onvree, kan ik het verder onderzoeken. Bijvoorbeeld door te vragen waarom ik zelf wil spelen of te onderzoeken of ik de tijd die ik wel heb om zelf te ‘spelen’ effectief gebruik (of juist te effectief).

Zo kun je elke gedachte verder uitpluizen en ermee werken op Het Werkblad ‘Eén gedachte per keer’. Dit werkblad en Het Werkblad ‘Oordeel over je naaste’ vind je op deze

https://thework.com/sites/nederlands/ website. Net als een instructie document, een emotielijst en nog meer. Byron Katie raadt aan te beginnen met Het werkblad ‘Oordeel over je naaste’.

Ik begreep eerst niet waarom, maar ze legt uit in haar boek dat je hierdoor goed op dreef komt. Iedereen weet vaak precies wat anderen zouden moeten doen of niet moeten doen.
Je komt tot een aantal diepe inzichten door je oordelen eens goed op te rakelen. Ik dacht bijvoorbeeld dat ik niet meer oordeel over anderen. Ik heb mezelf heel consequent aangeleerd om bij mezelf te rade te gaan als ik oordeel over anderen. Nu ik werk met de opdrachten van The Work kom ik tot de ontdekking dat ik niet secuur genoeg ben geweest met mijn gevoelens die oordelen in de hand werken en niet secuur genoeg met het omkeren van het oordeel.

Daarom zegt Byron Katie ook dat je moet schrijven. Alle pietluttigheden moeten op papier. Wanneer je The Work probeert te doen met je hoofd, zonder schrijven, is je denken je te slim af.

Ik vind het verbazingwekkend wat er gebeurd als ik mijn gedachten uitwerk op de werkbladen. Dingen die ik verstandelijk al wist ondergaan een transformatie. Er gebeurt iets heel bijzonders door de volgorde van de vragen en de zorgvuldigheid waarmee je bij jezelf voelt of iets waar is.

 

Nadat ik wat YouTube video’s had gezien waarin Byron Katie met mensen The Work doet, ging ik aan de slag met de werkbladen. Toen ik er niet helemaal uit kwam, kocht ik dit boek:

https://bazarow.com/product/9789022581162/vier-vragen-die-je-leven-veranderen

Lezen zorgt er bij mij altijd voor dat wat ik leer dieper wortelt.

 

Ik heb met mezelf afgesproken dat ik één of twee issues per dag mag behandelen. Ik kom al tijd te kort en zo maak ik meteen onderscheid tussen dingen die ik snel los kan laten en dingen die steeds (of al jaren) terugkeren.
Wellicht deel ik er binnenkort nog meer!

 

Liefs,

Anouk


Dierproeven voor medicatie

Laatst deelde ik het bericht uit metro nieuws dat 323 honden die van 2004 tot 2014 zijn gedood in het proefdiercentrum van de Universiteit van Maastricht, werd betaald met geld van de donateurs van de Nederlandse Hartstichting. Ik deelde het nogal impulsief in de app groep met mijn vriendinnen en schreef erbij 'Niet meer doneren aan de hartstichting.' Dit was erg kort door de bocht van mij. Dat heb je als je te snel, zonder even de tijd te nemen om er meer informatie over op te zoeken, dingen de ether in stuurt. Ik besefte me even niet (door de impulsieviteit van mijn actie) dat ik mensen pijn kan doen. Mensen kunnen met alles wat je schrijft of zegt wel pijn voelen, maar pijn voelen omdat ik een belangrijk aspect over het hoofd zie, is niet de bedoeling. 

Zolang dierproeven nog noodzakelijk zijn en bijvoorbeeld kinderen met een pacemaker hierdoor een langere levensverwachting hebben, is het afschaffen nog een zeer moeilijke discussie. Ik ga er graag vanuit dat bedrijven en stichtingen direct stoppen met het testen op dieren zodra er een alternatief is (ja, ik snap, de betrouwbaarheid van zo'n alternatief is ook relatief en dus ook reden tot discussie).

Belangrijk en heel zichtbaar is de beweging van de mensheid naar gelijke rechten voor elk levend wezen. Langzaam en zeker gaan we inzien dat dieren net als wij pijn voelen, vreugde ervaren, kunnen lijden en niet gedood willen worden. Beetje bij beetje gaan we ons 'eigendom schap' over dieren nog eens goed onder de loep nemen. Het onderscheid dat we maken tussen 'huisdieren, ‘productiedieren' en 'proefdieren'. 

Al druppelend zien we steeds meer onderzoeksresultaten die aangeven dat we dieren, hun melk en hun eieren niet nodig hebben om gezond te blijven. De bronnen van calcium en eiwitten, die lang zo in campagnes, gesubsidieerd door de melk en vleesindustrie, gepropagandeerd werden, zitten ook in plantaardige bronnen. Ook het voedingscentrum past hun advies steeds een stukje meer aan in de richting van plantaardig. 

Tel het vreselijk lijden van voelende wezens om ons te dienen, de catastrofale impact op de aarde en de onnodigheid ervan om zelf gezond te blijven bij elkaar op en dan is het ineens heel logisch om uit het tijdperk van dieren eten te stappen. Voor ons dagelijks leven kunnen we heel goed nee zeggen tegen elke vorm van exploitatie van 'consumptie dieren'. Qua smaak zijn alle vervangers en meer groenten even wennen, maar héy, niet meer de reden zijn dat deze mooie lieve wezens een slachthuis binnen worden geduwd, geeft een zeer vredig gevoel, kan ik je vertellen ;)

Dierproeven voor medicatie is een complexer verhaal. We ontwikkelden een hele hoop welvaartsziekten, die sterk gerelateerd blijken te zijn aan dierlijke vetten. De medische wetenschap redt levens, we zijn daar zeer ver in ontwikkeld en wie weet hebben we op een dag voor elk probleem een oplossing. Alternatieven voor dierproeven zijn al volop in ontwikkeling. De omschakeling naar alternatieven als 'lab on a chip' en het gebruik van 'slimme data' worden al wel gebruikt, maar hebben een langere validatie tijd nodig, waardoor dierproeven ernaast nog worden gebruikt om snelheid te garanderen waarmee een product op de markt komt. Bovendien zijn wetenschappers gewend aan het testen op dieren en moeten op heel anderen manieren gaan werken bij de omschakelijking naar de alternatieven. 
Waar het naar mijn mening om gaat is dat we ooit de 'fout' hebben gemaakt als mensheid om dieren te gaan gebruiken, voor het welzijn van de mens. Geld had eeuwen geleden al geïnvesteerd kunnen worden in technologie waar geen levende wezens voor gebruikt hoeven te worden. Betekent dit dat we, als we in een situatie komen waarbij een geliefde in het ziekenhuis komt, geen gebruik moeten maken van de medicatie en apparatuur die op dieren wordt getest? Nee. Betekend dit dat we dan maar niet meer moeten doneren aan de hartstichting? Dat is ieder zijn eigen afweging. Ik denk dat we vooral moeten geven aan die stichtingen waar we ons op een manier bij betrokken voelen, maar kritisch moeten blijven over waar het geld naartoe gaat. 
Ik hoop dat we geld, tijd en macht gaan inzetten om het lijden van alle wezens te verminderen. Omdat iets moeilijk is of omdat we het altijd zo hebben gedaan is geen reden om verandering niet toe te laten. 

Ik hoop ook met heel mijn hart dat stichtingen als de hartstichting 'Forks over knives' eens willen kijken (gewoon op Netflix) waarin de resultaten van de jarenlange The China study worden toegelicht.

“The greatness of a nation and its moral progress can be judged by the way its animals are treated.”

Mahatma Gandhi 

In his total commitment to nonviolence, Gandhi always included the animals.


De kracht van vrouwen

Vanochtend had ik afgesproken met Nonja. Nonja kwam ik eens tegen in de graansilo, wat niet lang daarna de yogawerkplaats zou worden. Waar Nonja met al haar liefde, kracht en kwetsbaarheid yoga lessen ging geven. Met een groeiend aantal leden en de prachtigste ruimte van Woerden werd de yogawerkplaats al snel een begrip. 
Niet het prachtige uitzicht, de schone matjes of de gemberthee op de vintage lounche banken maakten ons verdrietig toen ze stopte. 
Het was Nonja. Haar power om elke houding zacht te maken, hoe moeilijk ook. De lichtjes in haar ogen, die het goddelijke in ieder van ons zag en haar talent om ons dat zelf ook laten zien. Nonja, tien jaar jonger dan ik en wist nu al waar het leven echt om draait. Zijn in je lichaam, Staan in je kracht, Kwetsbaar durven zijn. 

De maan in onze buik

Na een paar jaar was het voor Nonja tijd om verder te gaan. De yogawerkplaats sloot haar deuren. 
Gelukkig sloten Nonja en ik elkaar in ons hart. Je hebt dat met sommige mensen. Alsof onze zielen elkaar al heel lang kennen. 
Onze sessie van vanochtend was zo mooi. We tunden in op zijn. De stilte achter de drukte. De diepte onder het oppervlak. We praatten en voelden. Ons thema werd onze onderbuik. Het tweede chakra. Swadhisthana in het Sanskriet. Hier huist ons onderbuik gevoel, onze sensualiteit en het gevoel van vreugde. Alle emoties huizen hier. We praatten over vrouw zijn en nodigden de maan uit. We spraken vrouwelijke en mannelijke kwaliteiten, yin en yang, en deze te verenigen. Over hoe we ons kwetsbaar op stellen terwijl we in onze kracht blijven staan. Van vrouwen is zo lang verwacht dat zich op de achtergrond hielden, zich nederig opstelden. Onze zachte eigenschappen en de kwaliteit om dingen aan te voelen werden als zwak bestempeld. En de man was sterk. De man toonde weinig emoties en veel spierkracht. Dus werden de taken eerlijk verdeelt en de macht niet. 

Zacht en sensueel vanuit de kern

In deze tijd van transitie op allerlei vlakken; in de economie van kwantiteit naar kwaliteit, in ons gevoel van bevrediging van buitenaf (materialisme) naar binnen (tevreden met de kleine dingen in het leven) en van terug naar de natuur, komen mannelijk en vrouwelijk steeds meer naar elkaar. 
Kwetsbaar durven zijn komt niet meer alleen bij vrouwen voor. Krachtig zijn behoort niet meer slechts toe aan de man. 
Speciaal voor ons vrouwen gaat empowering niet over net zo hard werken als de man, zo veel mogelijk top functies bekleden of mee doen aan marathons. Dat zijn uiterlijkheden die helemaal los staan van in je kracht staan. Vragen aan de eigenaar van het bedrijfspand wat je huurt om het de volgende keer even aan te kondigen als hij langs komt, op een respectvolle manier, in plaats van uit je plaat gaan, of je tong eraf bijten. Tegen je vader durven zeggen dat je nu een volwassen vrouw bent en geen ongevraagd advies meer nodig hebt. Tegen je partner kunnen zeggen dat je eerst even naar je onderbuik wil gaan om in te tunen op je gevoel, voordat er op los gevreeën wordt. Jezelf toestemming te geven om te voelen. De kriebels in je buik, schaamte, ongemak of het brandende vuur. Verliefd op wie we van binnen en van buiten zijn. Verliefd op het leven. Goed zijn, precies zoals je bent.
Als vrouw heb je de tools om de handelingen van onze partner zachter en liefdevoller te maken, precies door bij onze eigen zachtheid, heiligheid en sensualiteit te blijven. Niet mee te gaan in snel en veel. In je lijf te blijven. Je sensueel voelen vanuit je eigen kern. Spanning, angst of ongemak te voelen en te omarmen.
Strelen zoals je zelf gestreeld wil worden, zorgen voor oogcontact als je betekenis wilt. Dat is kracht, dat is kwetsbaarheid.

Samensmelting

Zo zullen man en vrouw samensmelten. Samen koken, rennen, tuinieren, kinderen grootbrengen, stemmen, werken, uitrusten, dansen, alleen zijn, voelen, huilen en lachen. Alle krachten zullen samen komen om een samenleving te vormen zoals die bedoelt is. Een samenleving waarin groei niet gaat over meer, maar over de uniekheid van onze gedetaileerde kracht en leerpunten. Weten waar je angsten liggen en deze toe laten. Erkennen dat we niet perfect zijn, maar volmaakt. Een masterpiece in progress. Niet wachten op betere tijden, maar beseffen dat geweldloosheid en liefde begint bij keuses en handelingen, elk moment opnieuw. Zometeen met méér liefde antwoord geven dan zojuist. Erkennen dat we soms afhankelijk zijn en soms onafhankelijk moeten zijn. Jongleren met respect, humor en aandacht. Oh ja, en niks mis met nederigheid. Ik zie het als zorgvuldigheid; in handelen en communiceren. Het beoefenen van geduld en onbaatzuchtigheid.

Nonja bewoog van yogadocent naar Levensdocent. Ze helpt vrouwen en mannen in hun kracht te staan. Wat in de schaduw van je onderbewuste sudderde naar het licht te brengen. Familie patronen en gewoontes te (h)erkennen. Ik ging vanochtend weg met een heel groot licht in mij. Voelde mij zo vol als de maan.
Verliefd op mijn eigen vlinders en weer een stapje dichter bij het nonstop laten stromen van liefde. 


Wat kunnen de gemoederen toch hoog op lopen over bepaalde onderwerpen. En heel goed, want met elk woord dat viral kan gaan, zou je bijna niet meer op durven staan voor hen die het nodig hebben.
De strenge abortuswetten in bijvoorbeeld Ohio en het verbod op abortus in Alabama is zo'n onderwerp. Vanaf wanneer mag een abortus niet meer (hartslagwet). Mag de vrouw zelf beslissen over het leven wat in haar groeit? Eerlijk gezegd vind ik het soms moeilijker om te zien dat zomaar iedereen kinderen mag krijgen, maar dat terzijde.
Het is een vreemde wereld. Als je onbezorgd en soms even per ongeluk onbeschermd vrijt, is er altijd de abortus nog. Daar is het abortus natuurlijk niet voor uitgevonden, maar met dit soort wetten lijkt het meer op 'pro-abuse' in plaats van 'pro-life'. 
Niet elke vrouw kan bewijzen dat ze verkracht werd. Je kunt ook niet aantonen dat je totaal niet toe bent aan kinderen en waarschijnlijk niet goed voor een kind zou kunnen zorgen. Wat deze mensen willen met de strenge wetten of zelfs afschaffing is laten weten dat intimiteit alleen binnen een huwelijk mag (even er vanuit gaande dat er binnen het huwelijk geen gedwongen sex plaatsvindt) en dat elk nieuw leven beschermd moet worden. Wat we dus eigenlijk willen is dat verkrachting niet bestaat en dat iedereen zich netjes volgens Gods woord gedraagt. Zo is het niet.
Juist door veel wat in de bijbel staat, moeten vrouwen beschermd worden. Tegen mannen die woorden als 'afhankelijk' en 'gehoorzaam' verkeerd hebben geïnterpreteerd.
En waarom verstaan deze christenen onder de woorden 'Elk leven' niet ook dierenlevens? God schiep al het leven. Waarom beschikken wij over leven en dood van een koe? We insemineren haar kunstmatig om haar zwanger te houden. Als een mensenvrouw voor haar kinderen behoort te zorgen volgens de bijbel, waarom drinkt ze dan de melk (of yoghurt of ijs) van de koe, terwijl haar baby in een andere stal flesvoeding krijgt? Omdat de mens boven dieren staat?
Ik vraag me ook af wat zouden ze zeggen op deze: toen ik met mijn gynaecoloog de keizersnede van de tweeling doorsprak, kwam de volgorde van de waarde van onze levens naar ter sprake. De doktoren zijn verplicht bij een levensbedreigende situatie te kiezen voor het leven van de moeder boven dat van de baby's. Maken deze mensen geen gebruik van keizersnedes? Het lijkt me de omgekeerde wereld dat er nu vrouwen vast zitten voor een abortuspleging omdat ze verkracht zijn.
Wat deze vrouwen nodig hebben is compassie, begrip en liefde. Jezus vroeg, net als alle wijzen die de geschiedenis kent, ons om elk moment te handelen vanuit liefde. Je niet vast te klampen aan geschreven woorden. Deze woorden zijn slechts een vinger die naar de maan wijst.
Onderstaand verhaal helpt mij altijd om tijdens mijn weg van nederigheid, mate en goed doen de regels aan te kunnen passen indien nodig:
Twee monniken die op reis waren, kwamen bij een rivier aan. Daar was een vrouw die wilde oversteken. Omdat ze bang was voor de stroming in de rivier vroeg ze of de monniken haar naar de overkant wilden helpen. De jongste monnik aarzelde. De oudste zette haar op zijn schouders, waadde door de rivier en zette haar neer op de oever aan de overkant van de rivier. De vrouw bedankte hem en vertrok. De monniken vervolgden hun reis. De oudste stapte rustig door en genoot van het mooie landschap. De jongste was in zichzelf gekeerd.
Na twee uur te hebben gelopen, verbrak de jongste het zwijgen en zei wat hem dwars zat: "Broeder, wij hebben geleerd dat we contact met vrouwen moeten vermijden, maar jij pakte haar op je schouders en droeg haar!" "Broeder", antwoordde de oudste monnik, "Ik heb haar neergezet aan de overkant, terwijl jij haar nog steeds bij je draagt."

De wereld is niet perfect en hoe meer van dit soort wetten, hoe verder van perfect ze wordt. 


Little burnouts

Als ik Phiene uit bed haal zegt ze meteen: ‘Centjes centjes.’
Ik gaf haar gisteravond de centjes uit ons losgeldbakje om in haar kassa te doen. Meteen vroeg ze aan iedereen: ‘Wil je?? Wil je??’ Ze had boeken te koop, een tomaat, een potje lijm een chocoladebroodje.
‘Centjes MIJ’ herhaalde ze. Ik deed een poging: ‘De centjes zijn van papa en mama en Phiene mag er mee spelen. ‘Neeeeee wheeeaaaaaah centjes mijijijijijij.’ Oeps, dit ligt gevoelig. De gehechtheid aan geld zit er al vroeg in.

Ik stond op met opnieuw een hoofd vol snot en hoofdpijn. Moe ook.

Toch sliepen de jongens afgelopen nacht door. De nacht ervoor niet maar de drie dáárvoor wel. Of komt het toch door mijn chips verslaving? Een nieuw voorraadje gezonde snacks en koeken maken, was er bij ingeschoten. Stephen was gisteravond onverwachts laat thuis en op maandag hebben Lisa en Jop tussen half zeven en acht toneel les en voetbal. Het eten was s’morgens al voorbereid en toch eindigt dat dan in chaos. Twee baby’s tegelijk een fles geven en een vermoeide peuter coachen zodat ze het nog net even redt totdat ik de baby’s op bed heb, is niet mijn hobby. Laat ik iets preciezer zijn; als ik moe ben, het huis een rommel en het vooruitzicht dat je over anderhalf uur nog niet klaar bent met de tafel afruimen, keuken schoonmaken, speelgoed in de hoek vegen, vuilnisbakken legen en weer enigszins opgeladen zijn om te luisteren hoe voetbal en toneel was, doe ik het met wat minder plezier.

Terwijl ik een boterham dik besmeer met pindakaas en een kop rozemarijnthee inschenk voor mezelf zet ik de al gemaakte flesjes voor de baby’s op de salontafel bij de box. Ik erger me aan de brokken aarde in de vorm van het profiel van de zool van Jop’s voetbal schoenen op de terugweg naar de keuken. In één hand verzamel ik de twee soorten korreltjes die we via de homeopaat kregen en in de andere hand de nijntje vitamine D druppeltjes en een lepeltje, dat natuurlijk nog in de vaatwasser zit. Terwijl ik me niet probeer af te vragen of ik zal vragen wiens beurt het is de vaatwasser uit te ruimen, begin ik over groentesap. ‘Jaaaaaah’ zegt Jop. ‘Je vergat het gisteren ook weer, Jop. Je zou het gistermiddag alsnog doen en dat vergat je ook.’ ‘Ik doe het heus wel!’

Twintig minuten later zit ik op de hoek van de bank met Siem die maar weer eens geen zin heeft in zijn flesje. Wel kijkt hij een stuk vrolijker uit zijn ogen dan de afgelopen weken. De korreltjes lijken wat voor hem te doen. Lars ligt in het babynestje in de box met zijn flesje te zwaaien. Het is op. Hij bestudeert afwisselend de speen en de onderkant pakt het over met zijn andere hand en zwaait het dan van links naar rechts met de handigheid van een tweejarige. Phiene komt centjes brengen in de hand die om Siem gevouwen zit. Ik vraag me af waarom een peuter niet opmerkt dat het handiger is een vrije hand te kiezen. En ik vraag me af hoe het komt dat een volwassen zich dat afvraagt.

Ineens wordt ik overmeestert door een vlaag van wanhoop.

Een impuls om op te staan en mijn telefoon of koffie te gaan halen laat ik voorbij gaan. Siem zit ondertussen rechtop met het koffie broodje in zijn handje. Af en toe lijkt hij een hapje te nemen. Als hij het laat vallen, pakt Phiene het op en zegt vriendelijk: ‘Niet gooien, Siem.’
Ik overweeg om de handdoek in de ring te gooien. Hoe zou dat er uit zien, opgeven? Als je opgeeft, heb je niet ineens geen kinderen meer. Of geen huis om schoon te houden. Instorten dan. Dan zeg ik gewoon tegen iedereen dat ik totaal niet meer kan. Dan komt iedereen helpen en ga ik in bed liggen. En als ik dan enigszins ben uitgerust kom ik eruit en kan ik voorlopig alleen dingen doen die me ontspannen.
Ik liet het allemaal komen. Ik voelde dat ik dit niet wilde voelen. Ik sloot mijn ogen en voelde hoe onmacht in mijn onderbuik. Een razende warmte als een soort van kolk. Duwend en prikkend tegen ingewanden. Zo werd het weer rustig. Ik omarmde wat ik eigenlijk niet wilde voelen. Ik bleef erbij, rende niet weg. Nog even concentreerde ik me op mijn ademhaling, die vaak op dit soort momenten niet verder wil dan mijn maag. Naar de kolk toe ademen was moeilijk. Alsof die frisse, onschuldige adem het op moest nemen tegen de razende kolk in mijn onderbuik. In een battle tussen goed en kwaad. Het fijne en het nare. Samen met mijn adem ging ik nog eens naar binnen en nog eens. Steeds en stukje verder en in gedachte nam ik de kolk in mijn handen en trooste haar. Je mag daar zijn. Zeg het maar. Ze vroeg of ik niet wilde weg rennen voor vermoeidheid en voor pijn. Ze vroeg ik er voor haar wilde zijn. Gewoon even luisteren wat ze te zeggen heeft.

Alle centjes lagen in mijn hand, Phiene was niet van plan om ze te houden. Ze wilde alleen dat ik niet zei dat ze van papa en mama zijn. Dat maakt het spel niet echt. Net als dat ze geen mevrouw van de kassa heet, maar ‘Sfhiene!’


OFFLINE

Een week was ik offline. Wat voor mij betekent geen Instagram. Begrijp me goed; ik hou van Instagram. Ik vind het een prachtig medium om een helder beeld neer te zetten van wat ik mooi vind en inspiratie op te doen. Hoewel ik me zo veel mogelijk houd aan de tijd die ik online wil besteden, kost het toch meer tijd dan ik steeds denk. Het is hoe dan ook een wisselwerking van contacten. Je in elkaar verdiepen, reageren en antwoorden.

 
Verstillen vind ik heel waardevol. Het rad langzamer laten draaien of er even helemaal uitstappen. Dat is ook zo heerlijk aan vakantie. Een andere omgeving, dingen doen en lezen waar je in het dagelijks leven weinig tijd voor hebt.
Ik wilde heel graag de gemiddelde 10 uur die ik wekelijks aan Instagram besteed (echt 10 uur, andere apps op mijn telefoon zitten hier niet bij in) gebruiken om te mediteren en te schrijven.

 

‘Maandag plaatste ik mijn laatste post en het koste me direct moeite om niet te kijken of ik reacties zou krijgen’

 

Dat duurde niet langer dan een dag maar ik opende zelfs een keer of twee, geheel onbewust, mijn Insta app, drukte op het hartje en had toen pas door dat ik reacties zat te lezen. Ik besefte me de volgorde die ik altijd aanhoud. Eerst open ik Whatsapp om te kijken hoe het staat met gemaakte afspraken of dat er iemand een vraag heeft gestuurd en vervolgens open ik Intagram om bij wijze van beloning even mooie plaatjes te bekijken.
Al gauw werd het rustig om me heen naarmate ik langer was gestopt met nieuwe plaatjes en verhalen van buitenaf op te zuigen. Ik hoor mijn kinderen wel eens in appgroepjes zeggen (typen) ‘Stop met spammen’. Spammen is eigenlijk wel een mooie omschrijving voor wat er in mijn hoofd gebeurt de hele dag met al die prikkels. Eigenlijk kan ik het allemaal helemaal niet bijhouden. Je denkt dat je alleen zit te kijken, maar stiekem bedenkt je hoofd wat je er allemaal mee moet, of zit zich er naarstig een eigen mening over te vormen. En dat moet snel gebeuren, want de volgende twintig beelden of stukjes tekst dienen zich alweer aan.

 

‘Zonder nog maar één keer op mijn meditatie kussen te hebben gezeten,
ging er al een bezem door mijn hoofd’

 

Het lijkt ook wel of ik met al die ‘work in progress’ in mijn hoofd steeds niet helemaal klaar ben. Dat je pas weer een goede zucht van verlichting kan slaken, als alles afgerond is. Alsof de binnenwand van mijn hoofd volgeplakt zit met geeltjes waarop allerlei to do’s staan geschreven, unfinished isues.
Op dag twee werd het rustig in mijn hoofd en ik gaf mezelf toestemming om door te ademen. Ik zei dat het niet erg was om een weekje niet te weten wat al die leuke mensen aan het doen zijn en welke prachtige foto’s ze plaatsen. De twee mensen waar ik een afspraak mee heb staan om materiaal aan te leveren en een patroon te testen, stuurde ik nog even een berichtje en ik kon me volledig focussen op wat er zich in huis afspeelde.

 

‘Instagram is voor iemand als ik niet nodig, wel nuttig en fijn’

 

Deze week gaf me de tijd om na te denken. Hoe wil ik Instagram gebruiken, hoe wil ik mijn tijd gebruiken? Ik merkte ten eerste dat ik pas een eerlijke mening kon vormen nu ik even afstand nam. Er vormde zich als vanzelf een selectie van mensen en bedrijven die ik graag volg om wat van te leren en mensen die ik volg om bij af te kijken (styling, interieur, kleding). Ik denk wel eens dat ik uniek moet zijn, maar wat we als mensen van elkaar leren in combinatie met wat we zelf vinden of creëren, maakt ons juist uniek. Ook de grootste kunstenaars en meest briljante personen leren van anderen. Al zou de één wat meer van zichzelf mogen toevoegen en de ander wat meer open kunnen staan voor suggesties van anderen. Zo kom ik als vanouds weer terug op die balans.
Als ik merk dat het tijd is voor mijn weekje offline, kan ik nog niet helemaal zeggen waarom, maar tijdens zo’n week of een aantal dagen, leer ik zoveel over waar ik sta en waar ik naartoe wil. Het kan best weer eens een nieuwe koers zijn, of de oude koers moest uit het stof gehaald worden. Het wordt gewoon weer helder. Wat is mijn visie? Zonder dat ik visies overneem van mijn helden op social media. Zo werd me ook weer helder dat ik achter mijn eigen visie mag staan. Als mijn hart er sneller van gaat kloppen, ís het mijn weg. Dan kan ik kritiek weer gewoon zien als vragen die gesteld worden, door iemand die geïnteresseerd is, in plaats van me onzeker te gaan voelen.


Je kunt alleen op je eigen pad blijven, door er soms eens even op een bankje te gaan zitten en te genieten van het uitzicht. Als je erover heen rent, vergeet je te kijken wat er groeit, of neem je per ongeluk een zijpad. Je ziet de jonge scheuten niet van de bomen die je zelf zaaide of het afval wat anderen er achter lieten.
Als je soms gaat zitten, kun je de weg opschonen. Voelen of het deze route écht bij je past. Cookies verwijderen en een frisse wind laten waaien. Knaagt er nog iets? Misschien moet het bankje verplaatst worden omdat het uitzicht veranderde, misschien groeiden sommige bomen te ver boven de rest uit dat ze de anderen planten in hun groei belemmeren. Misschien zit je precies goed, maar was je vergeten ervan te genieten.

Zo kon ik weer op een rijtje zetten wat ik echt belangrijk vind. Wat automatisch betekent dat ik een hoop andere dingen niet kan doen, of in de wacht moet zetten.
Want tijd kan ik niet kopen (ik heb nog gezocht, zelfs Ali heeft het niet;)) maar wel anders indelen.